Mijn klant is overleden.
Toen ik jaren geleden in de verslavingszorg werkte, kreeg ik een nieuwe cliënt. Die ik moest coachen en begeleiden. Ik ging naar zijn huis. Hij opende de deur, keek me aan en zei: "Wat kom je doen? Ik heb geen hulp nodig, hoor."
Ik moest in mezelf lachen. Ik moest duidelijk zijn vertrouwen winnen. En die vond ik via muziek. We spraken over bands en nummers die hem raakte. Langzaam kreeg ik vertrouwen.
Hij woonde in een “junkenpand” en ik had een betere woning voor hem. Een rustigere buurt. Zijn eerste echte thuis. Hij las de krant en we bespraken wat er in de wereld gebeurde. En stukje bij beetje vertelde hij ook zijn eigen verhaal.
Hij was eind veertig en al sinds zijn veertiende (!) verslaafd aan heroïne en cocaïne, zijn moeder was ook verslaafd. Vanaf zijn 16de op straat en vroeger sliep hij onder auto’s. Toen hij begon met heroïne wist hij niet wat het was.
Hij keek nog naar tekenseries. Waar uit bleek dat hij op sommige vlakken niet verder was ontwikkeld. Langzaam ging het beter, gebruikte minder. We openden een spaarrekening en hij spaarde 400 gulden.
"Dat geld op die rekening, pakken ze dat niet af?" vroeg hij bezorgt. Uiteindelijk haalde hij alles eraf en verstopte het, letterlijk in zijn bank. "Gooi die bank niet zomaar weg, hè," zei hij met een knipoog.
We probeerden dagbesteding. Soms vond hij het leuk, maar hij was liever op zichzelf. Hij vond het fijn als ik langskwam. Toen ik mijn baan opzegde, was hij teleurgesteld maar ook dankbaar.
Af en toe zocht ik hem op of kwam ik hem tegen in de stad. Dan trakteerde ik hem op Irish coffee en gebak. Ik zag dat zijn telefoon kapot was en regelde via Facebook een nieuwe voor hem. Een tijd hoorde ik niets. Tot ik hem op een avond toevallig op de Coolsingel tegenkwam.
Hij zag er slecht uit. Mager, verwildert.
Hij schrok, alsof hij betrapt was. "Het gaat niet goed" zei hij gelijk. En hij beloofde er iets aan te doen. En dat deed hij. De volgende keer dat ik hem opzocht, zag hij er beter uit. Gezonder.
Weer een aantal jaren later zit de kinderkapper van mijn zoon bij hem om de hoek. Dus ik belde aan. Hij opende de deur, een grote glimlach. Hij was blij me te zien. We kletsten even. Ik kreeg een dikke knuffel.
De laatste keer dat ik naar de kapper ging met mijn zoon, zag ik dat zijn huis leeg was. Ik schrok er van. Een oud-collega vertelde me dat hij was overleden.
Ik had een bijzondere band met hem, het deed pijn dat ik geen afscheid heb kunnen nemen. De bank was weg zag ik. Sommige verhalen blijven bij je. Dit is er zo één.
Jip Rietbergen
Coacht ondernemers & leidinggevenden naar persoonlijke & zakelijke vooruitgang | 26 jaar 1-op-1 coaching | 3000+ ondernemers en leiders gecoacht | Coaching met resultaat | 31+ jaar ondernemer